PVGE
PVGE

PVGE Best

Samen actief, samen sterk

Nieuw behoeftenonderzoek senioren in 2020

In 2012 heeft de gemeente Best een behoefteonderzoek gehouden onder inwoners van 60 jaar en ouder. Een kleine vierhonderd inwoners namen aan het onderzoek deel, voldoende om een getrouw beeld te geven van de opvattingen van de doelgroep. Op basis van deze opvattingen werden tien aanbevelingen geformuleerd, onder meer op het gebied van de woningbouw, de veiligheid in het centrum, de leefbaarheid in de gemeente, de deelname van senioren aan culturele programma’s, het vergroten van betrokkenheid van vrijwilligers en burgers bij lokale activiteiten en het verhogen van buurtbetrokkenheid. Nu, 8 jaar later, wil de gemeente Best, op basis van overleg met de Seniorenraad Best, het behoefteonderzoek herhalen. Dit om te bezien wat met eerdere aanbevelingen is gedaan, maar ook om actuele behoeften en wensen te inventariseren en om (nieuwe) knelpunten te signaleren.

In dit schrijven wordt kort samengevat waar het behoefteonderzoek over gaat en hoe het is opgezet.

1. Wat zijn de vraagstukken?

In het behoefteonderzoek komen een viertal thema's aan de orde:
1. Persoonskenmerken van de respondenten, zoals leeftijd, burgerlijke staat, opleiding, (voormalig) beroep, aantal (klein)kinderen en de inkomenssituatie;
2. De gezondheidssituatie en de zelfredzaamheid van de respondenten: hoe de gezondheid beleefd wordt, in hoeverre sprake is van nader genoemde chronische lichamelijke klachten en hoe het staat met de psychische en de sociale gesteldheid, waaronder gevoelens van eenzaamheid en het zelfbeeld. Daarbij wordt nagegaan of de respondent hulp nodig heeft en krijgt en zo ja van welke formele en informele zorgverleners.
3. De woon- en huisvestingssituatie, zoals de kwaliteit van de woning, de kwaliteit van de woonomgeving en de leefbaarheid van de buurt, waaronder de aanwezige sociale cohesie en sociale betrokkenheid, de veiligheidsbeleving, de beoordeling van het voorzieningenniveau en van de infrastructuur.
4. Maatschappelijke participatie, zoals de deelname van de respondenten aan het verenigingsleven, aan vrijwilligerswerk en aan het geven van mantelzorg. Maar ook de redenen waarom maatschappelijke participatie op een laag pitje staat en hoe het kan worden bevorderd. Tevens wordt in beeld gebracht hoe senioren hun dag invullen. Bij de uitwerking van de vraagstukken worden de overeenkomsten en verschillen tussen leeftijdscategorieën in beeld gebracht.

2/3 Wat is de onderzoeksopzet en wie worden er op welke wijze benaderd?
Onder senioren wordt verstaan ‘mensen van 60 jaar en ouder’. Vanwege de grote omvang van deze groep en de veronderstelde diversiteit in kenmerken van senioren, wordt de groep senioren ingedeeld in drie leeftijdscategorieën: de groep 60-69 jaar; de groep 70-79 jaar en de groep van 80 jaar en ouder. Uit deze groepen (man en vrouw) in het bevolkingsregister wordt een representatieve steekproef getrokken. Er dienen minimaal 388 respondenten aan het behoefteonderzoek deel te nemen om een representatieve steekproef te verkrijgen. Hoe groter de gemeente is, hoe hoger het aantal respondenten dat dient deel te nemen.
De gemeente is opdrachtgever maar het behoefteonderzoek moet ook worden gedragen door ouderenorganisaties, zoals de seniorenraad en ouderenbonden die in de gemeente actief zijn. Uit de groep van deelnemende of sympathiserende ouderenorganisaties wordt een groep van enige tientallen enquêteurs gerekruteerd, die door de onderzoeker gezamenlijk geïnstrueerd worden over de inhoud van de vragenlijst.
Nadat de representatieve steekproef is getrokken, stuurt de gemeente de potentiële respondenten een (standaard) brief met de vraag of de senior aan het onderzoek wil deelnemen. Vervolgens worden de vragenlijsten voor de deelnemende senioren onder de enquêteurs verdeeld die elk op een aantal adressen (met een legitimatie) de vragenlijst gaan afgeven en de respondent attenderen op het begeleidend schrijven en op de mogelijkheid de enquêteur te benaderen als er vragen zijn.
De verschillende onderwerpen zijn vervat in een gevalideerde vragenlijst van 90 gesloten vragen en subvragen. De respondenten hebben ongeveer 10 dagen de tijd om te reageren. Nadat de ingevulde vragenlijsten zijn verzameld, maakt de onderzoeker eerst een concept-rapportage die hij bespreekt met de opdrachtgever(s) en daarna stelt hij het eindrapport op. In bijna alle gemeenten is een grote groep mensen (respondenten, ouderenorganisaties en andere betrokkenen, pers) aanwezig bij de presentatie van het eindrapport.

Prof. Dr. M. Kardol,
onderzoeksbegeleider